In het voorjaar van 2026 publiceerde PwC het AI Performance-onderzoek, gebaseerd op gesprekken met 1.217 bestuurders uit 25 sectoren. Eén bevinding sprong eruit. Ongeveer driekwart van alle waarde die met AI wordt gecreëerd, landt slechts bij een vijfde van de bedrijven. De overige tachtig procent doet "iets met AI" maar plukt er nog onvoldoende werkelijk de vruchten van. Want let op: de koplopers presteren financieel 7,2 keer beter met AI dan de rest. En die voorsprong wordt de komende jaren groter, niet kleiner. Aldus het rapport van PWC. De uitkomst van het onderzoek doet denken aan een eerder onderzoek van MIT. Een jaar geleden kwam MIT immers tot vrijwel dezelfde verhouding. In The GenAI Divide (2025) haalde 95 procent van de organisaties geen meetbaar rendement uit generatieve AI; een kleine vijf procent wél. Twee onafhankelijke onderzoeken, een jaar uit elkaar, met dezelfde scheidslijn. Maar wat doet die 5% dan anders?
Wat de 5% anders doet
Daar wordt het PWC-onderzoek interessant. Want het antwoord gaat niet over betere modellen of grotere budgetten.
Eén. Ze mikken op groei. Niet op besparing. De sterkste voorspeller van rendement was niet efficiency. Het was het vermogen om met AI nieuwe waarde en nieuwe markten te ontsluiten. Wie AI alleen inzet om kosten te drukken, blijft achter. Wie er groei mee zoekt, loopt uit.
Twee. Ze laten AI daadwerkelijk handelen. De meesten blijven hangen bij suggesties en samenvattingen. Waardevol, maar vrijblijvend. De koplopers zetten AI bijna twee keer zo vaak volwassen in: samenhangende taken, binnen vooraf vastgestelde kaders, in systemen die zichzelf bijsturen. Het aantal beslissingen dat bij hen zonder menselijke tussenkomst valt, ligt aanzienlijk hoger.
Drie. En dit is het meest tegendraadse. Juist de organisaties die het verst gaan in automatisering, hebben hun governance het beste op orde. Vaker een raamwerk voor verantwoorde AI. Vaker een bestuurlijk orgaan dat meekijkt. En medewerkers die de uitkomsten aanmerkelijk vaker vertrouwen. Governance is bij hen geen rem op autonomie. Het is de voorwaarde die autonomie mogelijk maakt.
MIT voegt daar een observatie aan toe die in dit licht logisch is. Oplossingen die samen met een externe partner zijn gebouwd, slagen ongeveer twee keer zo vaak als wat organisaties volledig in eigen beheer ontwikkelen.
Van rapport naar praktijk
Tel die punten op en er ontstaat een profiel. De bedrijven die rendement halen, hebben AI verankerd in hun kernprocessen. Ze laten agents zelfstandig werken, onder menselijk toezicht. Ze hebben governance vanaf het begin in de architectuur opgenomen. En ze deden het zelden helemaal alleen. Dat profiel is precies waar Fyrm.ai op is ingericht. Met een Agentic Enterprise System verankeren wij AI-agents in de processen van een organisatie en koppelen we ze aan de bestaande software, onder regie van een hoofdagent die het geheel aanstuurt. Beveiliging en compliance zijn geen sluitstuk, maar onderdeel van de architectuur, op basis van de ISO 42001-standaard. En de regie blijft bij de mens.
En, nog een saillant detail uit de onderzoeken: veel organisaties die tot de 95% behoren dralen teveel, blijven hangen in twijfel, misschien zelfs in ontkenning (of de kop in het zand) dat AI enorme impact kan hebben. Voor die organisaties helpt het om niet te veel erover te praten en te overtuigen, noch om nog meer worksops te houden, maar het gewoon te laten zien. Precies de ‘See it. Scale it’- aanpak van Fyrm.ai.
Enfin. De richting laat zich moeilijk misverstaan. De afstand tussen de organisaties die met AI vooruitkomen en de organisaties die achterblijven, wordt de komende jaren groter. Die kloof gaat niet meer dicht. De vraag die telt: aan welke kant staat uw organisatie straks?
Fyrm.ai. Orchestrated Intelligence. Vanuit Rotterdam, voor heel Nederland.
Bronnen: PwC, AI Performance study (2026), gebaseerd op 1.217 bestuurders in 25 sectoren. MIT NANDA, The GenAI Divide: State of AI in Business (2025).